De Winkelhaak (dewinkelhaak.net)
 
  Home

De kazerne

VVDM-afdeling Nunspeet

Kazernekranten

Artikelen

Boeken

Contact
  Het prille begin (2) Bouwen in recordtempo

Begin jaren vijftig moesten er in hoog tempo vijf kazernes worden gebouwd, ieder groot genoeg voor 3000 man. Die moesten in 1951 en 1952 worden gebouwd en ook Nunspeet was aangewezen als locatie. Duizenden bouwvakkers die van heinde en ver kwamen gingen aan de slag om de kazernes in recordtijd uit de grond te stampen.

Terwijl er in de kranten nog werd nagesputterd over de 'militaire aanval op het Veluws landschap,'* liet Defensie een ongekende dadendrang zien. De bouw van vier van de vijf kazernes moest nog in 1951 starten. Naar een locatie voor de vijfde kazerne werd nog gezocht en pas in februari 1952 bekend gemaakt, dit zou Ossendrecht worden. De drie Veluwse kazernes (Ermelo, Nunspeet en 't Harde) en die in Steenwijkerwold, samen goed voor de legering van 12.000 man, moesten in de eerste helft van 1952 klaar zijn. Niet aan het eind ervan in juni, maar in februari na een bouwtijd van slechts vijf maanden! 'Kazernebouw in Amerikaans tempo op Noord-Veluwe', aldus een kop in Tubantia.

Dat tempo kon alleen door radicaal te kappen met gangbare procedures. Kolonel J.C. Stumphius, hoofd van het Centraal Bouwbureau van de Genie naderhand in een interview: 'Zouden we de klassieke paden hebben bewandeld, dan zouden er vier jaar mee gemoeid zijn geweest; anderhalf jaar voor de ontwerpen en twee en een half jaar voor de bouw.'** Niet als gebruikelijk werden de vier bouwprojecten via openbare aanbesteding door de laagste inschrijver uitgevoerd, daartoe ontbrak de tijd. De projecten werden samengevoegd en onderhands aanbesteed. Zeven bouwondernemingen verenigden zich voor deze opdracht in de N.V. Midden Nederland. Zij zouden later ook de Legerplaats Ossendrecht bouwen.

Men begon met bijna lege handen. Er waren in juni 1951 slechts enkele tekeningen klaar, de oplossing werd snel gevonden.Wat het Centraal Bouwbureau niet op tijd kon tekenen en uitwerken (zoals bestekken), gebeurde door de aannemers. Deze manier van werken waarbij meer dan gebruikelijk de aannemer de verantwoording droeg, werd uitvoering in regie genoemd. De bouwer kreeg de kosten betaald, vermeerderd met een winsttoeslag.
Aan deze gang van zaken was een risico verbonden, het uiteindelijke prijskaartje zou hoger kunnen uitvallen dan bij een openbare aanbesteding. Het werk dat per kazerne werd geschat op een bouwsom van 12 tot 15 miljoen gulden, werd echter nauwgezet gecontroleerd op kosten en materiaalgebruik. Na afloop van de bouw werd door de Rekenkamer een rapport opgesteld. Echt gekke dingen en onverklaarbare zaken waren niet aangetroffen.


Legeringsgebouw 1 na voltooing. Veel ramen staan open om het vocht uit het gebouw te krijgen. Uiterst rechts op de foto de eetzaal. (foto: Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie)

De bouw vond plaats onder een gelukkig gesternte. De winter was mild en er trad vrijwel geen verlies van werkbare dagen op als gevolg van vorst en regen. In Nunspeet werd er door een andere oorzaak wel enige tijd verloren. Op 4 oktober brak een korte staking uit onder de bouwvakkers, die merendeels uit Amsterdam en Rotterdam kwamen. Aanleiding was de mededeling dat er ook op zaterdag moest worden gewerkt. Toen na een uur de directie mededeelde dat de komende zaterdag nog gewoon vrij zou zijn, werd het werk hervat.^

De gewenste bouwtijd van vijf maanden werd niet gehaald, maar veel scheelde het niet. In augustus was gestart met het rooien van het bos, de bouw startte in september. Het kampement, zoals het lokaal werd aangeduid, werd op 17 maart 1952 door de eerste permanente eenheden betrokken.^^ De korte ontwerp- en bouwtijd was een prestatie van formaat en onbestaanbaar in het huidige Nederland. Helemaal klaar was de kazerne echter niet, begin april waren er nog 300 bouwvakkers aan de slag. Die moesten de kantine en filmzaal afbouwen en nog starten met de bouw van de gymzaal en het officiershotel. Alles bij elkaar werden er voor de kazerne 1 miljoen metselstenen gebruikt, 11.000 m³ beton en 16.000 m² glas.#

Naar artikel 3

Zie ook het artikel: Militaire kampementen in Nunspeet betrokken

* Twents Dagblad Tubantia, 24 oktober 1951
** Het Parool, 10 juni 1952
^ De Telegraaf, 5 oktober 1951
^^ Nunspeets Nieuws en Advertentieblad, 11-juli-1952
# Nunspeets Nieuws en Advertentieblad, 11 juli 1952

 

 
De naam

Was er tot dan toe slechts sprake van kazernementen, in 1952 werden er namen toegewezen. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog waren er 24 kazernes gebouwd die direct een naam kregen, een vernoeming naar een verdienstelijk militair of lid van het huis Oranje-Nassau. Van deze gang van zaken werd weer afgeweken en men viel terug op een oude praktijk met een modern tintje. Het woord legerplaats aanvullen met de naam van het dorp waarbij hij lag. Dat was eerder gebeurd met de nieuwe legerplaatsen Stroe en Oirschot.
Met een beschikking van de minister van Oorlog bestonden er vanaf september dat jaar officieel: Legerplaats Nunspeet, Legerplaats Ermelo, Legerplaats 't Harde, Legerplaats Steenwijkerwold en Legerplaats Ossendrecht. In de toekomst zouden zij alle worden vernoemd.