De Winkelhaak (dewinkelhaak.net)
 
  Home

De kazerne

VVDM-afdeling Nunspeet

Kazernekranten

Artikelen

Boeken

Contact
  1953. Het dorp en de legerplaats (1)

Het kleine Nunspeet met omliggende dorpen werd vanaf 1952 opgeschrikt door de komst van 3000 militairen, waar in veel gevallen de gezinnen van de beroepsmilitairen bijkwamen. Vreemden die van heinde en verre kwamen met andere achtergronden, een andere godsdienst en vaak zelfs ongelovig. Op een bevolking van ongeveer 6000 zielen in 1952 betekende dit een ware invasie waar op de een of andere manier mee moest worden omgegaan.

'Wat doet Nunspeet voor de militairen?' vroeg Nunspeet Vooruit van 13 oktober 1953 zich af in een kop en beantwoordde die vraag zelf maar met 'Bitter weinig!' De bewoners van Nunspeet werden in het artikel gegeseld als door hun dominee tijdens het zondagse kerkbezoek. Het was een opmerkelijke en harde aanval. De krant schreef: 'Laten we maar ronduit praten! De Veluwnaar is in het algemeen behoudend,' en constateerde dat er iets aan het veranderen was in Nunspeet en omgeving, er zouden beroepsmilitairen in het dorp komen wonen. 'Dit zal in het begin ongetwijfeld moeilijkheden met zich meebrengen. Tot dusver had de bevolking rustig geleefd en was men zijn oude gangetje gegaan, zoals de Veluwnaar dit al eeuwenlang was gegaan. Maar de ontwikkeling gaat verder, men kan de klok niet stil zetten!' Maar waar het artikel zich het drukst over maakte, was de houding van de bevolking ten opzichte van de dienstplichtigen.

Om zich voor te bereiden op de komst van de militairen, vooral van de dienstplichtigen die de meerderheid van hen zouden vormen, hielden de kerken van Nunspeet op 29 februari 1952 een gezamenlijke vergadering. Vertegenwoordigers van vijf kerkgemeenschappen kwamen onder leiding van dominee Graafstaal, legerpredikant in Ermelo, bij elkaar en richtten de Protestants Interkerkelijke Vereniging op 'tot behartiging van de belangen der militairen te Nunspeet'. Graafstaal gaf een overzicht wat gedaan zou moeten worden. Een Protestants Militair Tehuis zat er vanwege de kosten voorlopig niet in, de burgemeester had zich er tevergeefs voor ingezet. Maar de jongens moesten 's avonds wat gezelligheid hebben en in de kazerne vonden zij die niet. Er zou een gezamenlijke oplossing moeten komen.
Dat laatste was een brug te ver voor de gereformeerde gemeente. Ze wilden wel 'hun eigen jongens' in de gaten houden. Die zouden welkom zijn in hun huizen net als de jongens van andere (geloofs-)richtingen die mee wilden komen. De overige kerkgenootschappen stonden positiever tegenover samenwerking. Ze zagen dit als 'enige mogelijkheid om iets te bereiken in ons kleine dorp.' Dominee Graafstal merkte op dat er ook zo'n duizend onkerkelijke militairen zouden zijn waarvoor zij eveneens zouden moeten zorgen.


De hervormde kerk in Nunspeet. (foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Er werd die avond een voorlopig werkcomité opgericht dat een aantal punten zou uitwerken. Daaronder waren: kerkelijke zorg, recreatie en ontwikkeling waarbij ook werd gedacht aan natuurexcursies, en een centrale voor koffieadressen. Tenslotte werd opgemerkt dat in de tijd direct na de bevrijding de burgers kaarten tegen de ramen plakten met als opschrift: 'Je bent hartelijk welkom'. Dat was voor de buitenlandse militairen bedoeld. 'Dit zou voor onze jongens ook heel aardig zijn.'*

Spijtig genoeg kwam er weinig van terecht. Het koffiecomité dat destijds werd opgericht bleek volgens Nunspeet Vooruit een doodgeboren kindje. Alleen de sportverenigingen hadden enig contact met de militairen. In 1952 was voor de dorpskinderen een Sinterklaasfeest op de kazerne gehouden. Maar het dorp bleef lauw en 'de liefde kan niet van één kant komen', aldus de krant in een tussenkop. Een meer tegemoetkomende houding van velen was gewenst. Soldaten zaten niet voor hun plezier onder de wapenen en wilden wel eens weg uit de sfeer van de kazerne. Enkelen, maar dit waren uitzonderingen, hadden hun deuren opengezet voor enkele militairen. Maar buiten dat: 'Er is in Nunspeet niks te doen,' tekende de krant op van militairen. 'Wij staan overal buiten.' 'Er wacht ons veel werk,' eindigde Nunspeet Vooruit. 'Het gaat tenslotte om een deel der Nederlandse jeugd. Het gaat niet aan dat onze soldaten 's avonds altijd over de straat moeten slenteren...'**

Naar volgende artikel uit deze reeks

* Nunspeet Vooruit, 29 februari 1952
** Nunspeet Vooruit, 13 oktober 1953


 
Woningen voor beroeps

Niet alleen dienstplichtigen veranderden het straatbeeld en de bevolkingssamenstelling van Nunspeet. Al tijdens de bouw van de kazerne hadden veel bouwvakkers pension genoten in de omgeving, maar zij waren een tijdelijk verschijnsel. Toen de kazerne af was ontstond behoefte aan woningen voor beroepsmilitairen en die waren er nauwelijks. De ongehuwden konden in pension en ongehuwde officieren later in het officiershotel op de kazerne. Maar voor gezinnen en hen die een gezin wilden starten was dat geen optie, er moest worden gebouwd. Eind 1953 gebeurde dat op de Brinkakkers voor de vaste staf van de Legerplaats Nunspeet.
Ook de beroepsmilitairen van de Legerplaatsen Ermelo en 't Harde moesten in de nabije omgeving worden gehuisvest en concurreerden (ongewild) met elkaar om de Veluwse woningvoorraad. Extra druk om te bouwen.