De Winkelhaak (dewinkelhaak.net)
 
  Home

De kazerne

VVDM-afdeling Nunspeet

Kazernekranten

Artikelen

Boeken

Contact
 

Het prille begin (1) Een kazerne? Prima, maar niet hier!

Begin jaren vijftig was bij de landmacht gebrek aan alles. De jaren ervoor was alle aandacht naar de inzet in Nederlands-Indië gegaan, ten koste van de landsverdediging. Met het opleven van de Koude Oorlog moesten hier ten lande de schouders eronder worden gezet. De net opgerichte NAVO drong er bij Nederland op aan om een parate en twee mobilisabele divisies op te richten. Maar daarvoor waren onvoldoende kazernes beschikbaar. Er moest in hoog tempo worden gebouwd, vooral op de Veluwe. In de omgeving van Nunspeet stonden ze niet te juichen.

Terwijl het Centraal Bouwbureau der Genie aan de slag ging om een nieuwe standaardkazerne te ontwerpen, geschikt voor 3000 man, ging een ander deel van de landmacht aan het werk om hiervoor geschikte locaties te vinden. Het doel was om binnen een jaar, inclusief de wintermaanden van 1951 op 1952, de kazernes te bouwen. Net als bij het ontwerpen, ontbrak bij het zoeken naar geschikte terreinen de tijd om iedereen tevreden te stellen. Van net zolang polderen tot alle neuzen vrijwillig dezelfde kant opstonden was geen sprake.

Ermelo als gemeente was in die jaren een stuk groter dan tegenwoordig, ook het dorp Nunspeet viel eronder. Defensie wilde er twee kazernes bouwen. Een naast de uit 1938 daterende Jan van Schaffelaarkazerne vlak buiten het dorp Ermelo, en een bij het zogenaamde Jodenbos* aan de weg van Elspeet naar Nunspeet. Beide kazernes zouden dicht in de buurt van heidevelden komen te liggen, die uiterst geschikt waren als oefenterrein.
Een tweede kazerne nabij Ermelo stuitte niet op bezwaren. Maar die andere in de buurt van Nunspeet wel. In augustus 1951 ging de gemeenteraad op excursie langs de terreinen waarop Defensie haar oog had laten vallen. Na afloop vergaderde men in het toenmalig Protestants Christelijk Militair Tehuis in Ermelo. Burgemeester H.M. Martens wees erop dat dat Defensie grote haast had en die was er ook voor de gemeente om het verzoek om grond te behandelen. Aan het verzoek voor grond naarbij Ermelo wilde men meewerken, maar Nunspeet lag moeilijk. Burgemeester en wethouders waren van mening dat het karakter van het dorp zou wijzigen door de eventuele vestiging van een legerplaats. Nunspeet achtte men niet geschikt en de raad wees dan ook dit verzoek van Defensie af.**

De grote haast van Defensie bleek vijf dagen later. Met een beroep op de Belemmeringswet Landsverdediging werd de gemeente Ermelo aan de kant geschoven en de grond voor de kazerne nabij Nunspeet gevorderd.^ Van defensiezijde voerde men aan dat de heidevelden in de gemeente Ermelo altijd al militair oefenterrein waren geweest. Een beetje erbij gezocht argument. Er was inderdaad sprake van een uit de 19e eeuw stammende pachtovereenkomst tussen Defensie en Ermelo voor de heidevelden daar, maar er was nooit gebruik van gemaakt.


Er werd meteen doorgepakt door Defensie. Al snel verschenen er bosarbeiders (met paard en wagen!) die het perceel voor de Legerplaats Nunspeet kaal maakten.

Wilde Ermelo dan in ieder geval nog meewerken aan één kazerne. Voor de ANWB was iedere nieuwe kazerne op de Veluwe er een te veel. Hun blad de Toeristenkampioen toonde zich ongelukkig met de komende militaire activiteiten en uiterst bezorgd over de woeste gronden die voor normale recreatie verloren gingen en zelfs aangetast zouden worden. Tanks en zware voertuigen zouden schade aanrichten aan heidevelden, vliegdennen en struiken. De ANWB ontkende weliswaar het belang van de landsverdediging niet en onderschreef dat er gelegenheden moesten zijn waar militairen goed en doelmatig konden oefenen. Maar .... dat hoefde nog niet te betekenen dat al deze 'offers', zoals men de verdere militarisering van de Veluwe betitelde, opgebracht moesten worden. In ons dichtbevolkte land was de Veluwe voor de recreatie van grote betekenis en eens te meer wees de Toeristenkampioen erop dat er ook in het buitenland beschikbare oefenterreinen waren. Het toonde zich daarmee een ware aanhanger van wat later met NIMBY werd aangeduid, Not In My Back Yard.

Naar artikel 2

* Dit bos direct ten noorden van de latere legerplaats werd genoemd naar de joden die hier door de Duitsers te werk werden gesteld.
bron: www.nunspeetvillage.nl/groen/n033.html
** Nunspeet Vooruit, 31 augustus 1951
^ Toeristenkampioen ANWB, 01 oktober 1951


 
Meer NIMBY en zelfs ouder

Verzet tegen de bouw van kazernes om economische redenen, maar ook vanwege de aantasting van de natuur, speelde eveneens kort voor de Tweede Wereldoorlog. Toen er steeds meer verontrustende geluiden uit nazi-Duitsland kwamen, drong in Nederland het besef door dat de landsverdediging ernstig was verwaarloosd. Er moest een groter leger komen, maar daarvoor waren te weinig kazernes. In 1937 startte daarom een bouwprogramma voor 24 kazernes, verdeeld over het hele land. Vaak waren gemeenten ingenomen met de kazernes, maar er was ook weerstand.

Zo werd Defensie als belager van het natuurschoon weggezet in het Bataviaasch nieuwsblad van 21 april 1938, vanwege de bouw van de Saxen-Weimarkazerne bij Arnhem. Volgens de auteur was de bouw een van de ergerlijkste staaltjes van natuurschennis die hem ooit te ore waren gekomen.
Ook in Bussum, waar de Kolonel Palmkazerne zou verrijzen, was men bezorgd voor aantasting van de natuur vanwege militaire oefeningen en ook over de effecten ervan op de vele zomergasten.
Tweede Kamerlid Jan Schilthuis maakte zich tijdens een Kamerzitting in 1937 druk over de aanleg van een vliegveld bij Bergen (NH), waar ook een kazerne werd voorzien. Volgens het Kamerlid maakte men zich daar ernstig bezorgd dat de logeergasten weg zouden blijven vanwege 'het geraas der vliegtuigen.' Uitgerekend aan 'het mooiste gedeelte van onze kuststreek.'