De Winkelhaak (dewinkelhaak.net)
 
  Home

De kazerne

VVDM-afdeling Nunspeet

Kazernekranten

Artikelen

Boeken

Contact
  Het leger onder vuur
De Koninklijke Landmacht en haar critici 1945-1989
Coreline Boot

In de Koude Oorlogsjaren lag de landmacht onder vuur vanuit verschillende hoeken, zowel van binnen als buiten de organisatie. Coreline Boot onderzocht dit voor haar proefschrift en werkte dit onder auspiciën van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie om tot een commerciële uitgave.

De auteur onderzocht in hoeverre door kritiek en acties de landmacht in haar legitimiteit werd aangetast. Dat begrip werd geoperationaliseerd als bestaansrecht en bestaanswijze. Anti-leger organisaties als de Bond voor Dienstweigeraars (BVD) en Onkruit bestreden het bestaansrecht, de Vereniging voor Dienstplichtige Militairen (VVDM) wilde de bestaanswijze van het leger veranderen. Hoofdstuk een behandelt de poging om na 1945 de vooroorlogse weerbaarheidskorpsen weer op te richten en bewapenen. Het motief hiervoor was dat met de landmacht in Nederlands-Indië, er niemand meer in Nederland was om een eventueel communistisch oproer neer te slaan. Zowel regering als landmacht zaten echter niet te wachten op deze vorm van initiatief, die het bestaansrecht van het leger als enige zwaardmacht aantastte.
Voor oud-VVDM 'ers wordt het in de volgende hoofdstukken spannender. Hoe keek de legerleiding en de politieke top van Defensie aan tegen de verlangens van dienstplichtigen om het leger te 'vermaatschappelijken'. Deze term die aan dit proces gegeven is wordt veelvuldig gebruikt door (niet alleen) de auteur, maar het is een containerbegrip. Nog nooit heeft er een dienstplichtige met een spandoek gelopen met een tekst als: “Vermaatschappelijking van het leger. Nu!” Men zette zich in voor een hogere wedde, compensatie, vrijheid van meningsuiting, avond-en nachtverlof, vrije haardracht. Concrete zaken.

Terwijl de schrijfster kijkt naar de reactie van de landmachttop en diverse ministers hierop en de door hen ervaren aantasting van de legitimiteit, gaat ze volledig voorbij aan de legitimiteit van de eisen van dienstplichtigen. Neutraal in haar bewoordingen om VVDM-initiatieven te beschrijven is ze niet. Enkele voorbeelden: een keurige aktie in uniform op het Binnenhof valt onder het kopje "Provocatief gedrag" (pag 100), “De VVDM liet ondertussen zien orde en tucht aan haar laars te lappen” (pag 155) en zelfs “In de jaren zeventig voerden beide organisaties (BVD en VVDM, red.) het aantal protesten tegen de krijgsmacht (cursivering door red.) gezamenlijk op” (pag 176). Dat laatste is onzin, de VVDM heeft nooit tegen het leger geprotesteerd.
Het lijkt erop dat de auteur hier samen met de deels conservatieve generaals die de legerleiding vormden in een pantserfort is gaan zitten, en door een kijksleuf een aanstormende horde dienstplichtigen ziet die inzetbaarheid van de landmacht bedreigt.
Een vraag die de auteur niet stelt is deze: werd de legitimiteit van de landmacht niet tevens aangetast door de halsstarrige houding van de Defensietop, die veelal verbeteringen voor dienstplichtigen niet of laat wilde doorvoeren en daarmee ook de verhoudingen op scherp zette?
Dat de soep uiteindelijk niet zo heet werd gegeten en de legitimiteit door de VVDM niet was bedreigd, is ook de conclusie van de auteur in haar slotbeschouwing. Maar na het voorgaande en de eenzijdige kijk op de soldatenvakbond verrast dit.

Er staat veel meer in dit boek dat uitgebreide aandacht besteed aan de diverse dienstweigeraars-organisaties en de protesten tegen kernwapens in de jaren tachtig en de reactie van Defensie hierop. Het is echter grotendeels de perceptie/kijk van de landmachttop en hun politieke bazen op mogelijke aantastingen van de legitimiteit.


 

Paperback, 312 pagina's met z/w illus-traties, Boom, www.uitgeverijboom.nl