De Winkelhaak (dewinkelhaak.net)
 
  Home

De kazerne

VVDM-afdeling Nunspeet

Kazernekranten

Artikelen

Boeken

Contact
  VVDM gered door CPN (3) Een vergadering zonder besluit

Op 28 april vond de Bijzondere Leden Vergadering plaats in Kreatum aan de Oude Gracht in Utrecht. Voorzitter Theo de Roos hield de inleiding en vertelde nog eens wat de gang van zaken was. Vredeling had een truc uitgehaald om niet over tegenwerking bij de ledenwerving te hoeven praten, en de vraag gesteld: of het weigeren van dienstbevelen een beleidsinstrument van de VVDM was. 'Ondanks het feit dat 'de vraag' het werkelijke probleem omzeilt, kunnen we niet om een antwoord heen.'

De Roos verdedigde het conceptvoorstel van het bestuur. Een bevestigend antwoord aan Vredeling zou de rechtse pers en de legerleiding in de kaart spelen, en de VVDM in de illegale hoek drukken. Voor zo'n antwoord zou er geen steun zijn van politieke partijen en vakbonden. Door niet of positief te antwoorden zouden degenen die de VVDM wilden tegenwerken een vals argument in handen krijgen.

 
Het werd een moeilijke avond voor De Roos en het bestuur. (foto Croes, Rob C. / Anefo, NA 2.24.01.05, 928-4574  
Twee kampen tekenden zich af in de vergadering. Een gematigd dat het voorstel van het bestuur steunde en een dat een meer radicale positie innam, vooral de leden van de BVD en het ANJV waren hierin terug te vinden. Het bestuur kreeg flinke kritiek te verwerken van meerdere afdelingen. Het persbericht van 23 april werd door hen betreurd en bekritiseerd. Er werd opgemerkt dat de VVDM in het verleden wel degelijk weigering van dienstbevelen als instrument had gehanteerd. Later in de vergadering werd er voor gepleit dit actie-instrument niet op te geven. Moest er wel een antwoord komen? District VIII vond Vredelings vraag onjuist en stelde voor deze terug te spelen. Een deelnemer had een mandaat van de afdeling Grave om iedere motie tegen het conceptantwoord te ondersteunen. Er werd gewaarschuwd voor een breuk tussen het bestuur en de leden wanneer de VVDM zichzelf beperkingen zou opleggen of 'een bond van onderkruipers' zou worden. Ook werd gesteld dat soldaten zelf hun actievormen bepaalden en dat het VVDM-bestuur zich hier achter moest stellen. Kortom: geen makkelijke avond voor het bestuur.

Zes moties werden ingediend voor een ander antwoord of juist geen antwoord. Later op de avond werd een schorsing ingelast om te kijken of de moties onder één noemer konden worden gebracht, waarna twee moties overbleven.
De meest radicale was die van District XI (Leiden), zij stelde de vrijheid van vakbondswerk als een onvervreemdbaar recht te beschouwen en het ontoelaatbaar te vinden dat dit door middel van dienstbevelen werd gedwarsboomd. Een vakbond en haar leden maken zelf uit welke middelen zij hanteren.
Een gezamenlijke motie van acht afdelingen waaronder Havelte was gematigder. Zij wilden als antwoord op Vredelings vraag: 'Wij streven het weigeren van dienstbevelen niet na, maar als de kommandanten zelf de faciliteitenregeling en andere rechten van de soldaten aan hun laars kunnen lappen, komt het onvermijdelijk tot onjuiste dienstbevelen. Soldaten bepalen dan zelf hun aktiemiddelen en het VVDM-bestuur moet zich stellen achter de aktievormen, zoals die door de leden langs democratische weg worden vastgesteld.'

De motie van district XI werd door anderen wel aanvaardbaar genoemd, maar op dit moment onverstandig. Er tekende zich een meerderheid af voor de gezamenlijke motie die ook werd gesteund door de BVD'ers.* Voor het bestuur was de motie van District XI onaanvaardbaar. Haar bezwaren tegen de gezamenlijke motie waren na nog een gespreksronde niet weg en het bestuur wilde zich er nader over beraden. Het was ondertussen laat geworden en met instemming van de meerderheid werd de vergadering om 22.50 uur verdaagd. Aan de discussie over hervatting van deelname aan het Georganiseerd Overleg was men zelfs niet toegekomen. Een tweede BLV werd noodzakelijk en die werd voor 19 mei uitgeschreven.

Naar artikel 4

* Spaan, H., Soldatenprotest 1966-1984, webversie, hoofdstuk 6.
  Voornaamste bron van dit artikel: Verslag BLV dd. 28 april 1976.


 
Het eerste conceptantwoord

'In antwoord op uw brief van 22 april j.l. delen wij U het volgende mede: de door U gestelde vraag beantwoorden wij ontkennend. De VVDM als organisatie bezigt niet het weigeren van dienstbevelen als beleidsinstrument om haar doelstellingen te verwezenlijken. De ledenvergadering van de VVDM heeft ook nooit een besluit in deze zin genomen.'
(opgesteld na de LSK van 22-04-1976 en vermeld in het BLV-boekje voor 28 april.)

Het tweede conceptantwoord

In het BLV-boekje voor 19 mei was een herschreven conceptantwoord opgenomen, waar de meningen van de BLV van 28 april deels in waren verwerkt.
'In antwoord op uw brief van 22 april j.l. delen wij U het volgende mede: de door U gestelde vraag heeft bij ons grote bevreemding gewekt ...' Waarna Vredelings vraag werd beoordeeld als ultimatief, frustrerend en bedenkelijk.
Het werkelijke antwoord volgde in een aparte alinea: 'De VVDM houdt zich als vakbond van dienstplichtigen niet bezig met het beantwoorden van de vraag naar het doel en het doelmatig funktioneren van de nederlandse krijgsmacht. De VVDM streeft er dan ook niet naar om door weigeren van dienstbevelen een goed funktioneren van de krijgsmacht aan te tasten. Als organisatie wenst zij het weigeren van dienstbevelen niet als beleidsinstrument te hanteren.'