De Winkelhaak (dewinkelhaak.net)
 
  Home

De kazerne

VVDM-afdeling Nunspeet

Kazernekranten

Artikelen

Boeken

Contact
  Hoe woont Jan Soldaat tegenwoordig?

De effectieve militaire dienstplicht ligt al weer lang achter ons en sommige dingen veranderden op slag met de invoering van een beroepsleger. Weer groeten, nette haren, en de liefhebbers van recreatief drugsgebruik vlogen en vliegen er sindsdien gewoon uit, om eens iets te noemen. Maar sommige dingen zullen toch nog wel hetzelfde zijn? Met tien man op een kamer bijvoorbeeld. Maar ook daar is er een boel veranderd.

Tijdens bezoek aan een grote kazerne in het zuiden des lands was het mogelijk om moderne legeringsaccomodatie te bekijken, met als gids een sergeant-majoor die door de week op de kazerne verblijft. Cultuurschok nummer 1: het ouderwetse compagniesgebouw heeft afgedaan. Op deze kazerne waren de burelen in aparte gebouwen ondergebracht. De combinatie legering-burelen is daarmee verbroken.



De fotografische rondleiding start met dit cluster gebouwen bestemd voor de lagere rangen. Aan de gevels hangen groene borden met de tekst 'manschappenlegering', zoals op het gebouw aan de rechterkant te zien is.



De moderne legeringskamer huisvest vier man, die ieder een afgescheiden gedeelte hebben. De kamer wordt in tweeën gedeeld door een wand van PGU-kasten (persoonlijke gevechtsuitrusting), die ongeveer 50% breder zijn dan de oude PSU-kasten. Behalve de bovenkastjes bij de bedden, zijn er onder ieder bed twee grote schuifladen. Zelf een TV aanschaffen is niet meer nodig, daarin voorziet Defensie (gratis!) omdat men niet allerlei ondeugdelijke eigen 'rommel' wil vanwege mogelijke gebreken. Wifi standaard aanwezig. Gratis is de huisvesting niet, men betaalt een bescheiden bedrag ter grootte van '3,6% van de voor de militair geldende bezoldiging, doch ten hoogste € 119,90 (per maand).'* De kamer op de foto was niet in gebruik.


  Een natte ruimte bij een legeringskamer: twee wasbakken en een douche.

 

 

 

 

 

 

 

 

 




Behalve de eigen kamer heeft men de beschikking over een huiskamer die normaal gesproken is ingericht met banken. Rechts achterin is een klein keukentje met kookplaten, magnetron en een vrieskast. Zelf koken beperkt zich tot zelf opwarmen. Net als vroeger is er voor alle rangen een eetzaal in het KEK-gebouw (keuken, eetzaal, kantine), waar men per maaltijd betaalt.




Het kader tot de rang van sergeant-majoor heeft de beschikking over een tweemanskamer. Rechts op de foto de PGU-kasten. Deze ruimte bevindt zich in hetzelfde gebouw als de voorgaande interieurfoto's.




Aparte officiers- en onderofficiershotels zijn ook een zaak van het verleden. Vanaf de rang van sergeant-majoor heeft men recht op een eigen kamer in een eigen gebouw. In de kamer op de foto (die wel in gebruik is) zijn rechts een door Defensie verstrekte TV te zien op een meubel waarin onder meer een koelkast zit. Deze kamer betreedt men via een klein halletje waarnaast een eigen natte ruimte ligt.

Met dank aan sergeant-majoor Den D. voor de rondleiding en het mogen fotograferen van zijn kamer. Eveneens dank aan het aardigste infanterieregiment van Nederland: de Limburgse Jagers.

* Regeling Huisvesting en Voeding Militairen 2018


 
De ontwikkeling van de soldatenkamer

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werden op grote schaal barakken ingevoerd om de staande legers uit die tijd te huisvesten. Een barak was een vertrek in een barakkenblok, ongeveer 15 m² groot waarin vier militairen verbleven in bedsteden. Vaak werden barakken ook bewoond door gehuwde militairen met hun gezin. In de 18e eeuw ontstonden andere typen kazernes, groeiden de kamers en nam hun bezetting toe tot soms meer dan 40 man. Met de komst van nieuwe kazernetypes in de 19e eeuw werden zelfs legeringszalen voor 50 man in gebruik genomen.
Na 1874 nam de kamergrootte in nieuwbouwkazernes weer af tot 24 man. Na 1910 met de introductie van een nieuw kazernetype ontstond het compagniesgebouw, de kamers hierin huisvestten 10 tot 16 man. Na de Tweede Wereldoorlog zou de maximale kamerbezetting zonder stapelbedden dalen naar 10 man (uitzonderingen daargelaten).
Met de omzetting van de landmacht naar een leger met uitsluitend beroeps, voldeed de huisvesting die was afgestemd op dienstplichtigen niet meer. Die verbleven in tegenstelling tot hun opvolgers maar zelden in het weekend op de kazernes, die nu veel meer (de enig) permanente huisvesting voor soldaten vormen. Kamers kregen meer voorzieningen en werden afgestemd op vier man. Daarmee zijn we deels weer terug waar het verhaal begon.