De Winkelhaak (dewinkelhaak.net)
 
  Home

De kazerne

VVDM-afdeling Nunspeet

Kazernekranten

Artikelen

Boeken

Contact
  Waar komt het begrip slapie vandaan?

Tegenwoordig hebben soldaten een buddy, de militaire gabber met wie lief en vooral leed gedeeld wordt. Dienstplichtigen na de Tweede Wereldoorlog hadden een maatje, hun collega's uit een verder verleden een slapie.

In de negentiende eeuw ontstond een nare praktijk bij de legering van soldaten, men propte er zoveel mogelijk in een slaapzaal. Dat zal veel oud-dienstplichtigen bekend voorkomen want deze praktijk bleef nog lang gehandhaafd. Maar er was een verschil, toentertijd had men ook een voorkeur voor grote legeringszalen, bedoeld om maar liefst een man of 50 in op te hokken.
Zo'n zaal was meestal langgerekt, aan weerszijden stonden rijen bedden en de tafels en banken stonden in het gangpad door het midden. Vaak was er maar aan een kant van de zaal ventilatie mogelijk via de daar aanwezige ramen. De andere lange muur was een blinde tussenmuur. Over die ventilatie moet niemand zich illusies maken, die was zwaar onvoldoende. Met alle negatieve gevolgen voor de gezondheid van de bewoners van die vertrekken.

Zoveel mogelijk werd alles volgens het 'Voorschrift op de kazernering' ingericht, dus ook de plaatsing van de bedden. Die zouden, als het maar enigszins kon, op een centimeter of 40 uit elkaar moeten staan. Deze bedden van staal, kribben genoemd, werden voorzien van een strozak en boven het bed bevond zich een kribbekastje met planken. Hierin moest Jan Soldaat zijn spullen opbergen. Wat niet in het kribbekastje kon, ging in een houten kist onder het bed. Het persoonlijk wapen ging in een geweerrek elders in de zaal.



De kribben van twee slapies in beeld. Opvallend: er is ruimte tussen de kribbekastjes en de bedden staan er niet recht onder. Hier is duidelijk ruimte gewonnen door kribben tegen elkaar aan te schuiven. Deze foto werd genomen in de Oranjekazerne in Den Haag (Collectie Haags Gemeentearchief).


Goed geregeld, die bedden op enige afstand van elkaar, maar dat was theorie. In de praktijk werden bedden vaak per twee tegen elkaar aangezet om ruimte te winnen zodat er nog meer soldaten op zaal konden. Er ontstond een nieuw begrip. Die per twee dicht op elkaar slapende soldaten werden slaapjes genoemd, of wat makkelijker in de mond slapies.

Tot slot een ontluisterend citaat uit de in 1901 verschenen brochure Kazernetoestanden van de Anti-Militaristische Propaganda Vereeniging, die een enquête had gehouden onder het dienstplichtig kader:

“Mijn eerste buurman verdween op een gegeven moment met een besmettelijke ziekte in het hospitaal. Zijn goed werd zogenaamd ontsmet, op de binnenplaats op een hoop geworpen en er carbol op gesprenkeld. Mijn tweede slaapje kreeg op zijn krib een bloedspuwing en bleek lijdende aan longtering. En dan lig je met je mond misschien een paar handbreedtes van de zijne verwijderd, terwijl de besmettingsstof voortdurend uitgehoest wordt.”


Wie denkt dat dit een uitzondering was, kan zelf de brochure vinden op internet en downloaden.


 
Negentiende-eeuwse toestanden

Het soldatenleven in die eeuw was weinig comfortabel. Op de kazernes was lange tijd niets wat op een kantine leek. Soldaten gaven hun spaarzame geld vaak uit in kroegen, wat tot drankmisbruik en vechtpar-tijen leidde. Dit wangedrag kon leiden tot verwijdering uit de troep. Wie hierover meer wil lezen, klik hier