De Winkelhaak (dewinkelhaak.net)
 
  Home

De kazerne

VVDM-afdeling Nunspeet

Kazernekranten

Artikelen

Boeken

Contact
  PMT-Nunspeet (4) Veranderingen

In de jaren zestig en zeventig werden veranderingen binnen de landmacht doorgevoerd die ook gevolgen hadden voor de militaire tehuizen. Soldaten kregen meer rechten en geld en hun behoeften veranderden. De tehuizen veranderden mee.

De eerste tehuisleider De Wilde was opgevolgd door de heer J.H.P. Brinkman die twee en een half jaar lang de scepter in Nunspeet zou zwaaien. Kranten- en tijdschriftartikelen over deze periode zijn er niet. Blijkbaar verliep alles naar wens en was er niet veel te melden. De opvolger van Brinkman, de heer L. Pels liet wel iets na in de vorm van een artikel in 1965 in de Nederlandse Krijgsman. Pels toonde zich hierin een tevreden tehuisleider. Het PMT raakte in de zomermaanden soms letterlijk overbevolkt als reservisten op herhaling het tehuis in grote aantallen bezochten, waardoor de huiselijke sfeer enigszins in het gedrang kwam. Alle stoelen waren bezet en de hele avond stonden er rijen voor het buffet.

Op een normale doordeweekse avond bedroeg het gemiddelde bezoekersaantal 120 man. Pels somde de mogelijkheden voor bezoekers op: “Televisie of studie. Pilsje of puzzel. Tafeltennis of gesprek. Biljart of dagafsluiting. Aan ons de taak om elk te geven wat hij zoekt, of wat hij misschien juist niet zoekt.”
Naast de gebruikelijke activiteiten werd eens in de veertien dagen een avond van de Kernbeweging gehouden, met medewerking van de beide legerpredikanten. De Kernbeweging organiseerde activiteiten als bijbelstudiekringen, ontmoetings- en gespreksavonden.* Op de zondagochtenden werd als voorheen een kerkdienst gehouden met een van de legerpredikanten als voorganger, met na afloop de gebruikelijke koffieronde.

In 1969 werd Pels opgevolgd door de heer P. Zand die de langst dienende tehuisleider in Nunspeet zou zijn. Als voorheen werden er Kerstdiensten gehouden en een gezellige Oudejaarsavond gevierd. Maar de tijden veranderden. In deze periode zouden soldaten een hogere wedde krijgen, avond- en nachtpermissie werden afgeschaft, wat tevens gold voor de parate weekenden.



De tijden veranderden. De haarlengte van de bezoekers op de foto raakt de kraag en soldaten hoefden in hun vrije tijd geen uniform meer te dragen. (foto uit 1972)

In een gezamenlijk interview in Nunspeet Vooruit vertelden legerpredikant Bromet en tehuisleider Zand over de veranderde behoeften van de soldaten. Zand: ”Vroeger waren we een tehuis van waaruit een ansichtkaart verstuurd werd en waar je heel goedkoop een kop koffie kon drinken en lekker op de dienst kon schelden. Vandaag wil de jongen een warme hap eten als hij een studiedag heeft, want daar gaat men bij het PMT steeds meer toe over.” Dominee Bromet: “Het militair tehuis heeft een andere functie dan toen we hier in 1954 begonnen. Jan Soldaat is niet meer die Jan Soldaat uit de begintijd. Hij is niet meer die jongen die om een sjekkie komt vragen en geen tweede kop koffie kan kopen. De soldaat van vandaag heeft een loon, komt in burgerkleren naar het tehuis en hangt niet de ganse avond aan de platenbar. Nee, er wordt momenteel in het leger enorm veel gestudeerd.”**

Juist op dat laatste gebied knelde het in het PMT, letterlijk en figuurlijk; de studiezaal was te klein. Aan de toegenomen vraag naar maaltijden kon met moeite worden voldaan wegens gebrek aan voldoende keukenruimte. Bromet over de culturele functie van het tehuis: “Soldaten willen ook wel eens discussiëren samen met anderen met de legerpredikant. Daarvoor is een ruimte nodig, want zo'n gesprek kun je niet voeren in de TV-zaal. Die discussieruimte is er niet.”

Het PMT dat bij zijn opening in 1954 een modern en goed uitgerust tehuis was, begon steeds meer te verouderen. Een flinke verbouwing was nodig, maar daarvoor moesten eerst de financiële middelen worden verworven.

Naar artikel 5


* http://www.digibron.nl/search/detail/012f0b8b5f8c97a73fdda5b6/de-kernbeweging/0
** Nunspeet Vooruit 18-03-1971


 
Studeren in het PMT
Door: Fred Klijndijk, 67-5

Na mijn opleiding kwam ik terecht in Nunspeet. ’s Avonds op de kazerne was je vrij en kon je doen en laten wat je wilde. En al gauw dacht ik aan mijn studie waaraan ik zes maanden niets had kunnen doen. Ik ging de mogelijkheden op de kazerne eens bekijken waar ik rustig kon gaan studeren. De legeringskamer? Dat was geen optie. Daar was het veel te onrustig en een geschikte andere plek in het gebouw kon ik niet vinden.

Maar toen ik in de eerste dagen van mijn parate tijd eens naar het PMT aan de overkant van de kazerne een kijkje ging nemen, ontdekte ik daar een ideale gelegenheid om mij rustig op de studie te storten. In het PMT waren namelijk een paar kleine hokjes gemaakt waar je ongestoord kon studeren. Het bleek dat van mijn kamergenoten ik de enige was die van die hokjes gebruik maakte want in het gebouw stonden ook biljarttafels, een tafelvoetbal en je kon er kaarten, dammen en schaken. En die bezigheden vonden gretiger aftrek dan de studiehokjes.

Soms gingen we als een groepje de kazerne uit en dan ging een deel naar de bushalte om naar het dorp te gaan, een ander deel ging naar het KMT even verderop omdat daar het biljart beter liep en een deel ging naar het PMT. Ik was dan altijd de spelbreker want ik had mijn studieboeken bij me en sloot mij dan op in een van de studeerhokjes.

Het was wel even doorzetten en de opmerkingen van mijn kamergenoten maar slikken, maar toen ik afzwaaide en mij kort daarna aanmeldde voor de examens was ik al die negatieve zaken gauw vergeten en kon ik mooi drie diploma’s op mijn cv bijschrijven!