De Winkelhaak (dewinkelhaak.net)
 
  Home

De kazerne

VVDM-afdeling Nunspeet

Kazernekranten

Artikelen

Boeken

Contact
  PMT-Nunspeet (3) De eerste zeven jaren

In september 1961 nam de eerste tehuisleider C.J. De Wilde afscheid. Hij had met stille trom willen vertrekken, maar het werd een stuk feestelijker en luidruchtiger. In de zeven jaren dat het echtpaar De Wilde, onder soldaten beter bekend als Pa en Moe de Wilde, er de scepter zwaaide, werd het PMT een vaste waarde voor zijn bezoekers.

Begin 1955 verscheen een artikel in de Nederlandse Krijgsman over het PMT-Nunspeet. Een auteur werd niet vermeld maar het kan gelet op de tekst niemand anders zijn dan Pa de Wilde. Hij schreef over de zondagen waar voortaan de kerkdiensten voor militairen die geconsigneerd waren op de kazerne, in het PMT werden gehouden. Al snel werd daar ook het orgel van de kazerne naartoe verplaatst. Het werd druk, de eerste keer rekende de legerpredikant op zo'n 125 man, maar plotseling kwamen daar nog 100 rekruten bij. Niet iedere bezoeker van het PMT volgde de dienst, er waren 40 man waaronder katholieke militairen die er niet aan deelnamen. Na afloop was er voor iedereen een gratis kop koffie. Met genoegen schreef De Wilde: “De jongens beginnen nu een beetje vrij tegenover ons te worden, ze beginnen hun hulp aan te bieden,...”*
Voor de legerpredikanten bleef het niet bij de wekelijkse kerkdiensten, meestal verzorgden zij ook de dagafsluiting in het PMT.



Opruimen doen de bezoekers zelf. (foto uit 1957)

Er werden ook andere activiteiten gehouden, een culturele avond met een lezing over Australië trok veel belangstelling. De film erbij werd verzorgd door de filmoperateur van de legerplaats. De samenwerking tussen de kazerne en het PMT verliep over het algemeen voorbeeldig, hoewel de kantine van de kazerne en de activiteiten die door de Welzijnszorg (WZZ) werden ontplooid concurrentie waren voor de militaire tehuizen. Die moesten het hebben van hun geheel eigen sfeer. Die werd op prijs gesteld, het dagelijks bezoek lag ruim boven de 100 man en al snel werden er reünies van afgezwaaide militairen gehouden.

Een hangijzertje voor de PMT's diende zich in 1958 aan in de vorm van televisie. Moest die er wel komen en zo ja, moest het toestel de hele tijd aan en welke programma's konden wel en vooral, welke niet? Een deel van de achterban van Pro Rege had moeite met het verschijnsel televisie. Pro Rege-directeur W. Nieuweboer bepleitte in de Nederlandse Krijgsman dat de tehuisleiders dit zelf zouden invullen, maar niet zouden toestaan dat de tv een tiran werd die andere activiteiten in de weg zou zitten.** Dezelfde soort discussie was jaren eerder gevoerd over de aanwezigheid van radio's en ook over het aanbod van kranten en tijdschriften. Bepaalde bladen zouden nooit in de tehuizen te vinden zijn. De eerst nog onschuldige Panorama kwam er niet meer in toen er 'blote plaatjes' in verschenen.

Het vijfjarig jubileum van het PMT werd gevierd, de Nederlandse Krijgsman en Nunspeet Vooruit deden er verslag van. Niet voor het laatst werd de aandacht gericht op de tuin van het tehuis die bewondering oogstte. De heer De Wilde stak er veel moeite in. Die moeite zou hij twee jaar later in zijn eigen tuin in Ermelo gaan steken want per september 1961 werden Pa en Moe de Wilde opgevolgd door een nieuw tehuisleidersechtpaar. Het werd een gedenkwaardig afscheid dat over twee dagen was verdeeld. Veel bezoekers waaronder oud-dienstplichtigen, de nodige toespraken en een show van de drumband van de marechaussee. En 's avonds meer muziek in de vorm van de Nunspeetse Harmonie gevolgd door een avondprogramma “waar de stukken van afvlogen.” Het echtpaar De Wilde kreeg geschenken en de heer De Wilde bedankte de aanwezigen. Hij was dankbaar, maar bekende ook dat hij aan de ene kant blij was dat hij de deur achter zich dicht kon doen. Het waren blijkbaar tropenjaren geweest.

Naar artikel 4


* De Nederlandse Krijgsman, januari 1955
** De Nederlandse Krijgsman, 1958


 
Belangstelling uit Nunspeet

De belangstelling voor het PMT vanuit de Nunspeetse bevolking en de plaatselijke kerken zou lange tijd een teer punt zijn. De eerste tehuisvader De Wilde stipte dit reeds aan in 1955. Het was moeilijk om meisjes voor het buffet te krijgen, de meesten mochten niet van hun ouders. Burgers waren van harte welkom in het PMT, maar die stap werd door weinigen gezet. Wel was er financiële steun, maar slechts geringe spontane belangstelling. In 1971 constateerden legerpredikant Bromet en tehuisleider Zand dat er weinig contact was met de Nunspeetse kerken en dat de opbrengst van de jaarlijkse PIT-collecte* ten bate van de tehuizen, op de Veluwe iedere keer weer achter bleef bij de verwachtingen.**
Er waren ook lichtpuntjes. Aan Kerstdiensten in het PMT werd ook door burgers deelgenomen en ze werden enige jaren muzikaal omlijst door een gospelkoor uit Nunspeet.

* PIT: Protestants Interkerkelijk Thuisfront
** Nunspeet Vooruit 18-03-1971


De PMT-reeks

Voor de start van deze serie artikelen, klik hier.