De Winkelhaak (dewinkelhaak.net)
 
  Home

De kazerne

VVDM-afdeling Nunspeet

Kazernekranten

Artikelen

Boeken

Contact
  VVDM, luis in de pels van de landmachttop
door: Govert van der Boom

Govert van der Boom had een benijdenswaardig baantje als dienstplichtig militair, net afgestudeerd als journalist mocht hij in de rang van vaandrig op de Julianakazerne werken, in hetzelfde gebouw als de Chefstaf en de Bevelhebber der Landstrijdkrachten. Daar zag hij een heel andere kant van de landmacht dan de meeste dienstplichtigen en ook de strijd van de landmachttop met de VVDM.

Begin jaren zeventig had de VVDM zijn draai gevonden. Met creativiteit en een verfrissend gevoel voor publiciteit lanceerde de soldatenvakbond de ene prikactie na de andere. De motor achter deze publiciteit zat in de VVDM-bestuur, of preciezer: in de redactie van het VVDM-ledenblad Twintig. Dit blad was ook onder journalisten en progressieve studenten populair en was volgens mij zelfs in de kiosk los te koop. Onder meer publicist Jan Stoof behoorde tot de radicaliserende redactiekern. Die redactie elimineren was een wens die binnen de Staf van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten leefde. Eliminatie niet door een plat publicatieverbod maar door infiltratie in de redactie. In de loop van 1971 polste overste Fien van Oppen, de latere generaal, mij over een overstap van de Sectie Voorlichting, Vorming en Psychologische Oorlogsvoering naar de redactie van Twintig. Enkele bestuursleden van de VVDM waren van dit plannetje op de hoogte en zouden er, zo werd mij verzekerd, aan meewerken. Alleen al om het geniepige karakter heb ik hieraan niet meegewerkt. Het leek me ook niet bevorderlijk voor mijn latere loopbaan. Het was wel mijn leerzame eerste ervaring met het infiltratie- en lobbywerk. Wie zei er dat je van je militaire diensttijd niets wijzer werd?...


Oorspronkelijke tekst bij foto*: In de Prinses Juliana Kazerne te Den Haag is men bezig de kazerne gereed te maken voor de grote NATO-conferentie (9 april 1964)

Op de Julianakazerne aan de noordrand van Den Haag, het rustiek in een bos gelegen hoofdkwartier van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten en zijn staf, drong de VVDM-invloed onvermijdelijk eveneens binnen. Daar bestond de vrij kleine personeelsbezetting uit drie generaals, veel opper- en hoofdofficieren, een klein aantal onderofficieren, een rijtje dienstplichtige academici en voor de huishoudelijke dienst en de keuken een handvol dienstplichtige soldaten. Die laatste groep was met deze plaatsing al gematst, menigeen was naar de omgeving van Den Haag overgeplaatst omdat de gezinsomstandigheden dit wenselijk maakten. Denk dan aan bijvoorbeeld ‘moetjes’, gedwongen huwelijken omdat de vriendin voortijdig in verwachting was geraakt.

Wij dienstplichtige vaandrigs daarentegen hadden weinig te vrezen. Wij waren behoorlijk zelfverzekerd en totaal niet afhankelijk van een goede band met de legertop. Onze kennis inbrengen in de Staf? Het was voor ons: graag of niet. Onze toekomst lag in de goedbetaalde banen die in de burgermaatschappij voor het opscheppen lagen. Voor de VVDM waren wij wel een interessante ingang, zo dichtbij de Bevelhebber. In de mess zaten wij bij de luitenant-generaal, de generaal-majoor en de brigadegeneraal aan tafel. En zeker zo vaak troffen we hen in de officiersmess om een paar pilsjes of – in die tijd – sherry’s te nuttigen. Onze slogan: één pils staat gelijk aan twee boterhammen met kaas.
Begrijpelijk dus dat er naarmate de protestacties van de VVDM toenamen, een wat ongemakkelijk gevoel ontstond. Levendig herinner ik mij nog dat luitenant-kolonel ‘Jim’ Gimbrère, de minzame en diplomatieke kazernecommandant met zijn Ted de Braak-snor, ons dienstplichtige vaandrigs op zijn kamer nodigde. Op vaderlijke wijze maande hij ons enigszins rekening te houden met het aanzien en gezag van de Staf van de Bevelhebber. Natuurlijk mochten wij onze mening hebben en voor ons dreigde er geen loopbaanschade, maar menige officier in de Julianakazerne zou zijn carrière in gevaar zien komen indien de VVDM hier mentaal de macht zou overnemen.

Met mijn afzwaaien in de loop van 1972 verloor ik de interesse in leger en VVDM. Maar ik weet nog wel dat de machtsstrijd tussen Defensie en Jan Soldaat nog jaren heeft geduurd. Achteraf denk ik wel: in de tijd van de militaire dienstplicht had het leger een intellectueel hoger en maatschappelijk beter ingebed karakter.

* Foto: Pot, Harry/Anefo, Nationaal Archief 2.24.01.05, 916-2831

 
De Prinses Julianakazerne

Deze voor de meeste dienstplichtige militairen onbekende kazerne werd in 1942 in opdracht van de Duitse bezetter gebouwd. Het ontwerp is in de stijl van de Stuttgarter Schule.
De kazerne die dienst deed als Polizeikaserne, werd na de bevrijding in 1945 door de landmacht in gebruik genomen om de landmachtstaf en BLS te huisvesten.
In 1948 kreeg de kazerne de naam Prinses Julianakazerne. In 2010 werd ze door Defensie verlaten en sindsdien wordt er een nieuwe bestemming voor gezocht.